Op 12 juni 2025 is bij de vaststelling van het gewijzigde bestemmingsplan Willem Royaardsplein een amendement aangenomen om te waarborgen dat de afstand tussen de kiosk van De Bloemendoos en het nog te realiseren kopgebouw niet achteruit gaat ten opzichte van de huidige situatie. Op 13 mei jl. werd dit amendement uitvoerig besproken in de commissie Ruimte van de gemeenteraad. De exploitant van De Bloemendoos en de VVD-fractie waren het namelijk niet eens met de wijze waarop het college van B&W het amendement heeft uitgevoerd. Enkele andere fracties steunden hen later in dit debat in hun mening. Wat is hier nu feitelijk aan de hand?

Ontwerp aangepast conform omgevingsvergunning
In het bewuste amendement is vastgelegd dat “de afstand van de rooilijn van het kopgebouw tot aan De Bloemendoos niet mag afnemen en dus op 4,50 meter gehandhaafd blijft.” Dit was van belang, omdat deze afstand in het bouwplan 4,25 meter bedroeg. Het college van B&W stelt echter dat het amendement correct is verwerkt in de verleende omgevingsvergunning. Initiatiefnemer WPRI heeft namelijk – in het aangepaste ontwerp op basis waarvan de omgevingsvergunning is verleend – de plint van het kopgebouw in het ontwerp (zie onderstaande plattegrond) naar achteren laten verplaatsen zodat de vereiste afstand van 4,50 meter wordt bereikt.

Gewijzigd ontwerp met terugspringende plint kopgebouw en mogelijke posities fietsnietjes

“Geen ruimte voor vrije interpretatie”
De gemeenteraad vindt echter dat het college van B&W voorbij is gegaan aan de toelichting bij het amendement. Hierin is opgenomen dat de ruimte tussen de kiosk en het kopgebouw niet achteruit mag gaan. Bij de uitvoering van het amendement is volgens de gemeenteraad niet gekeken naar de feitelijke situatie, waarin naast De Bloemendoos een uitstalling van 0,80 meter aanwezig is. Deze uitstalling had volgens de gemeenteraad onderdeel moeten zijn van de grens van de kiosk. De gemeenteraad becijfert dan ook dat de feitelijke (vrije) afstand tussen de rooilijn van het kopgebouw en de kiosk geen 4,50 meter bedraagt, maar slechts 3,70 meter. Daarmee blijft er volgens de gemeenteraad minder ruimte over dan was beoogd. Het college van B&W stelt daar tegenover dat “in het amendement en in de bijbehorende toelichting niet is aangegeven dat ook uitstallingsruimte zou moeten worden meegenomen in de berekening. Om een amendement juridisch houdbaar te laten zijn, had het betrekken van de uitstallingsruimte letterlijk moeten zijn benoemd in het amendement. Dat is hier niet het geval. Het naderhand vrij interpreteren, aanvullen en aanpassen van een door de raad aangenomen amendement is niet mogelijk.”

Belangrijk om hierbij te vermelden: zelfs als wél rekening zou worden gehouden met de 0,80 meter brede uitstalling van de kiosk, voldoet het plan nog steeds aan het gemeentelijke beleid. In de vergunning die de exploitant van De Bloemendoos recentelijk op basis van de APV heeft aangevraagd, is namelijk in de vergunningsvoorwaarden opgenomen dat de minimale doorgang aan vrije loopruimte 1,50 meter dient te bedragen. Dit heeft de Advies Commissie Openbare Ruimte (ACOR) – zeg maar: de ‘welstandscommissie’ van het openbaar gebied – zo bepaald.

Vrije loopruimte neemt per saldo toe
Waar de exploitant van De Bloemendoos en de raadsfracties van de VVD en de SP in hun bezwaren aan voorbijgaan, is het feit dat de huidige situatie niet ‘zomaar’ mag worden vergeleken met de beoogde nieuwe situatie. Momenteel wordt de vrije loopruimte tussen de kiosk en de supermarkt namelijk niet alleen beperkt door de uitstalling van de kiosk, maar ook door fietsen die voor de supermarkt worden gestald. Per saldo resteert hierdoor een vrije loopruimte van 2,40 meter. In de beoogde nieuwe situatie zullen echter op diverse plaatsen – op enige afstand van de kiosk – nieuwe fietsnietjes worden geplaatst, terwijl voor het nieuwe kopgebouw geen fietsen meer mogen worden gestald. De gemeente en wethouder Klaas Verschuure van D66 (portefeuillehouder stedelijke ontwikkeling) concluderen dan ook dat de feitelijke vrije loopruimte door uitvoering van het ontwerp zelfs met ruim 50% toeneemt: van 2,40 meter naar 3,70 meter. De bezwaarmakers trekken dit in twijfel, vanuit de verwachting dat fietsers zich hier niets van gaan aantrekken.

Uitspraak Raad van State afwachten
Het moge duidelijk zijn dat de diverse partijen het over deze kwestie hartgrondig met elkaar oneens zijn. Het wachten is dan ook op de uitspraak van de Raad van State, die zich binnenkort zal buigen over drie ingediende beroepsschriften waarin (onder meer) deze kwestie aan bod komt. De belangen zijn dan in elk geval zorgvuldig afgewogen. Naar verwachting zal de RvS nog vóór het einde van dit jaar uitspraak doen.